Leve de vooruitgang!


Bankieren

Vroeger had je één bank. De Rijkspostspaarbank. Je bracht je geld naar het postkantoor om de hoek. Dan kreeg je een bedrag en een stempel bijgeschreven in je spaarbankboekje. Had je geld nodig, dan ging je met je boekje terug naar het postkantoor. Zo’n spaarbankboekje was van stevig papier en ging wel 20 jaar mee. Dit systeem werkte altijd.

Vandaag ligt je geld bij tenminste 3, 4 of 5 banken. Want banken verlagen de spaarrente voortdurend. Dus je moet je geld steeds naar de gunstigste rekening verplaatsen om geen verlies te lijden op je spaargeld. Dat er zoveel banken zijn komt door marktwerking en concurrentie. Dat is handig, zegt onze overheid.

Bankrekeningen hadden vroeger 7 cijfers. Tegenwoordig zijn dat 15 cijfers en letters. Dat is handig, zeggen de banken.

Banken vinden tegenwoordig dat wij allerlei ‘financiële producten’ nodig hebben. Dus bestaan er betaalrekeningen, spaarrekeningen, depositorekeningen, beleggingsrekeningen, lijfrentes, creditcards, enzovoort.

Spaarbankboekjes bestaan niet meer. In plaats daarvan heb je bankpasjes. Voor iedere bank eentje. Vaak voor iedere rekening eentje. Ik heb er een stuk of 10. Als je geld wilt halen of brengen moet je het juiste pasje zoeken.

Bankpasjes hebben een geldigheidsduur. Meestal moet het pasje al 2 jaar voordat die geldigheidsduur verloopt worden vervangen. Dat is veilig, zegt de bank. Je krijgt dan van iedere bank en voor iedere rekening een nieuw pasje thuis gestuurd. Bij ieder pasje hoort een activeringscode. Die wordt een paar dagen later voor iedere rekening in een aparte envelop verstuurd. Wat je vervolgens doet is uitzoeken welke code bij welk pasje hoort. Dan moet je voor iedere combinatie van pasje en code bellen met de bank. Dan pas kun je weer bij je geld. Zie voor dat bellen de paragraaf ‘Bellen’.

Het postkantoor bestaat niet meer. De bank nog wel maar die zit niet meer om de hoek. Geld brengen of halen doe je via het Internet. Dat is makkelijk, zegt de bank. Daar heb je een gebruikersnaam en een wachtwoord voor nodig. Voor iedere bank aparte gebruikersnamen en wachtwoorden. Vaak per rekening aparte gebruikersnamen en wachtwoorden. Daarvan heb ik er dus ook een stuk of 10.

Wachtwoorden mogen niet hetzelfde zijn, zegt de bank! Dat is niet veilig! Dus bedenk je allerlei verschillende wachtwoorden.

Ieder wachtwoord moet je een paar keer per jaar veranderen. Zo’n wachtwoord moet tenminste 8 en maximaal 12 tekens bevatten. Er moet tenminste 1 kleine letter en 1 cijfer in, en 1 hoofdletter en 1 speciaal teken. Die regels zijn bij iedere bank anders. Een wachtwoord ziet er tegenwoordig ongeveer zo uit: TL93uv!#yYp7. Maar je mag ze niet opschrijven, zegt de bank! Dus je moet ze onthouden. Voor ieder pasje moet je ook een pincode hebben. Dat is iets anders dan het wachtwoord dat je nodig hebt om via het Internet bij je geld te komen.

Afschriften sturen, dat doen banken niet meer. Want dat kost te veel geld. En dat stoppen banken liever in een aantrekkelijke rente. Zeggen de banken. Ik ontvang van de meeste banken wel dikke papieren brochures in kleur. Zonder afschriften weet ik niet of mijn spaarsaldo nog bestaat. Ik kan natuurlijk inloggen op mijn account bij de bank. Ik zal nog eens goed nadenken over die wachtwoorden. Afschriften kun je zelf printen, zegt de bank. Dan koop je een stapel papier en een printer-cartridge. Zo’n printer-cartridge kost zo’n 30 Euro en je kunt er wel 60 printjes mee maken. Ik heb 2 cartridges per jaar nodig voor het printen van mijn bank-afschriften.

Printers zijn tegenwoordig draadloos. Dat is handig zeggen de printerfabrikanten. Want dan kan je ook vanuit de keuken of de badkamer printen. Gelukkig is dat weer beveiligd met een wachtwoord. Anders gaat je buurman vanuit zijn huis jouw printer laten printen. Zie de eerdere uitleg in deze paragraaf voor de eisen waaraan een wachtwoord moet voldoen.

vooruitgang

Reizen

Vroeger kocht je een treinkaartje. Wanneer je weer thuis was gooide je dat kaartje weg en had je er geen omkijken meer naar. Dat werkte altijd.

Vandaag is er de OV-chipkaart. Dat is makkelijk, zegt onze overheid.

Zo’n OV-chipkaart is een pasje. Dat kun je in je portemonnee bij je contante geld, bankpasjes, rijbewijs en sleutels bewaren. En bij je eventuele OV-kortingskaart of abonnement.

Aan zo’n OV-kaart kun je niet zien hoeveel geld er nog op staat. Dus als je op stap gaat moet je behalve je OV-chipkaart altijd een bankpasje meenemen waarvan je de pincode weet en waarvan je weet dat er op de bijbehorende rekening geld staat. Want betalen met contant geld kan in veel gevallen niet meer. Dat was niet handig. Zegt de vervoersmaatschappij.

Of je zorgt dat je 2 OV-chipkaarten bij je hebt. Dat is ook handig wanneer je OV-chipkaart defect blijkt en je complete saldo is verdwenen. Het helpt niet tegen een storing van de OV-chipkaart apparatuur. Dan kun je gewoon niet met de trein reizen.

Met een OV-chipkaart moet je inchecken als je het openbaar vervoer instapt. En uitchecken als je het openbaar vervoer verlaat. Soms kan dat niet. Want verschillende vervoersbedrijven hanteren verschillende OV-chipkaarten. Wie over Rotterdam reist heeft pasjes van 3 vervoerbedrijven nodig. Er zijn zoveel vervoerbedrijven vanwege marktwerking en concurrentie. Dat is handig. Zegt onze overheid.

Als het inchecken lukt weet je dat niet. Tenzij je tijdens het inchecken goed hebt gekeken naar een klein donker scherm waarop in kleine donkere letters een mededeling stond. Die mededeling luidt ‘Goede Reis’. Ook worden er 2 getallen afgebeeld. Een daarvan is mogelijk het saldo. Opladen van lege OV-chipkaarten kan niet in het openbaar vervoer zelf. Over het algemeen is de daarvoor benodigde apparatuur geplaatst op plekken waar je eerst met het openbaar vervoer naartoe moet reizen. Hoeveel geld er van je OV-chipkaart is afgeschreven kun je achterhalen door tijdens het inchecken en uitchecken de juiste getallen te noteren en daar mee te gaan rekenen. Je kunt vast ook ergens inloggen. Dan heb je een gebruikersnaam en een wachtwoord nodig. Zie de paragraaf ‘bankieren’ voor meer uitleg daarover.

Als een apparaatje van een controleur vindt dat je niet hebt ingecheckt krijg je een boete. Als het uitchecken niet blijkt te zijn gelukt wordt een extra bedrag van je chipkaart afgeschreven. Dus betalen lukt wel altijd.

Telefoneren

Vroeger had je een telefoon. Die kreeg je van de PTT. Je draaide een nummer en dan kon je met iemand praten. Die telefoon stond thuis op het dressoir en hing aan een draad. Dus die telefoon raakte je niet kwijt. Dat werkte altijd.

Tegenwoordig heb je mobiele telefoons. Die raken wel kwijt. Of ze gaan kapot als je ze laat vallen. Of ze worden gestolen. In dat laatste geval gaat iemand anders op jouw kosten bellen. Daarom hebben mobiele telefoons een wachtwoord. Zie de paragraaf ‘bankieren’ voor meer uitleg over wachtwoorden.

Zelf heb ik een telefoon zonder abonnement. Iedere keer als het saldo op is moet ik een bonnetje kopen. Op dat bonnetje staat een code van 15 cijfers. Je moet een nummer bellen en die code invoeren. Als ik ongeveer in het midden van die 15 cijfers ben moet ik goed opletten dat ik niets dubbel doe of vergeet. KPN vind dat ik dan te sloom ben en zegt “De invoer is niet herkend. Probeer het nog een keer”. Na het 2 keer opnieuw te hebben geprobeerd zegt KPN “De verbinding wordt verbroken”.

Misschien is een abonnement beter.
Dan kan ik kiezen uit gratis bellen, gratis SMS-en en een relatief hoog tarief voor het gebruik van het Internet. Of gratis bellen, een gemiddeld tarief voor SMS-en en een gemiddeld tarief voor het gebruik van het Internet. Of relatief duur bellen, gratis SMS-en en een laag tarief voor het gebruik van het Internet. Of een van de 24 andere varianten die mogelijk zijn met deze variabelen.

Tegenwoordig kun je ook ‘WhatsAppen’. Mijn collega’s zeggen dat ik dat moet doen omdat dat zo handig is. Je hoeft dan bijvoorbeeld niet meer te SMS-en. Ik heb nog nooit ge-SMS-t.

Op een mobiele telefoon kun je ook voorkeurslijsten maken, spelletjes doen, profielen aanmaken, screensavers instellen, muziek luisteren, video’s kijken, macro’s programmeren, afspeellijsten samenstellen, enzovoort. Het duurt soms even voordat ik de knop ‘bellen’ heb gevonden. Functies worden op telefoons in de regel niet met woorden maar met icoontjes aangegeven. Die icoontjes zijn bij iedere telefoon anders.

Door al die functies is de mobiele telefoon voor velen het mobiele bestaansrecht geworden. Tijdens het opstijgen van een vliegtuig moeten stewardessen reeds lang nadat het gebruik van elektronica is verboden toch nog vele passagiers vragen te stoppen met het versturen van berichten. Vanaf het moment dat de wielen van het vliegtuig weer de grond raken pakken tientallen passagiers direct hun mobiele telefoon en tablet om te zien wat zij allemaal voor belangrijke berichten hebben gemist tijdens die 10 minuten durende landing.

Het beperkte geheugen van mijn eigen telefoon wordt na landing in bijvoorbeeld Duitsland direct volgepompt met mededelingen van KPN zoals “U bent nu in Duitsland”. En “In Duitsland werkt KPN samen met T-Mobile”. Die berichten moet ik eerst verwijderen voordat KNP na een paar dagen berichten zoals “U bent nu in Nederland” naar mij kan sturen.

Gelukkig is er tegenwoordig ‘Google Glass’. Daarmee kun je je hele leven filmen en zo toch nog al die dingen zien die je niet zag toen je naar je beeldscherm keek. Zou er ook een apparaat zijn dat alles kan filmen dat je niet ziet wanneer je naar de beelden van Google Glass kijkt?

Parkeren

Vroeger parkeerde je je auto in een zijstraat en liep je naar je bestemming. Dat werkte altijd.

Tegenwoordig is er betaald parkeren. Je wordt dan niet betaald voor parkeren. Je moet juist betalen voor parkeren. Dat is om de bewoners en het milieu te beschermen. Zegt de gemeente.

De bewoners moeten echter ook betalen. Of via het Internet een vergunning aanvragen. Daar is een ‘DigiD’ voor nodig. En een wachtwoord. Zie de paragraaf ‘Bankieren’ voor meer uitleg over wachtwoorden.

Een bewoner die thuis een vriend wil ontvangen die met de auto komt, moet via het Internet een aanvullende vergunning aanvragen bij de gemeente. En als die vriend dan arriveert moet de bewoner een SMS sturen naar de gemeente en tevoren doorgeven hoe langt die vriend blijft. Zie daarvoor de paragraaf ‘Telefoneren’.

Betalen voor parkeren kan ook met het Chip-systeem. Dat is een een soort digitale portemonnee op je bankpas. Om daar geld op te zetten of af te halen moet je een pincode invoeren.

Door het betaalde parkeren zijn alle parkeerplaatsen leeg. Iedereen rijdt nu om naar de dichtstbijzijnde wijk waar nog geen betaald parkeren is. De gemeente gaat daarom in die wijken ook betaald parkeren invoeren. Dan gaan mensen nog verder omrijden.

Bij mijn werk is een parkeergarage. Om die te kunnen gebruiken heb ik een pasje nodig. Dat pasje moet ik inchecken bij binnenkomst en uitchecken bij vertrek. De pasjes zijn erg gevoelig voor storing. Zeker als ik ze bewaar tussen al die andere pasjes waarvan banken, vervoersmaatschappijen, grootwinkelbedrijven, verzekeraars, werkgever en politie zeggen dat ik ze ook allemaal bij mij moet dragen.

Als het parkeerpasje niet werkt staat er een lange rij auto’s achter mij te wachten. Daarom heb ik altijd 2 parkeerpasjes bij mij. Als ik het verkeerde pasje invoer bij vertrek geeft het lees-apparaat een foutmelding en staat er ook een lange rij auto’s achter mij te wachten. Ik moet dan op een knop drukken en word te woord gestaan door een medewerker. Die medewerker zit in Amersfoort. Dat is handig, zegt het parkeerbedrijf. Want Amersfoort ligt in het midden van het land.

Boodschappen doen

Vroeger ging je naar de supermarkt, deed je je boodschappen in je mandje en betaalde je bij de kassa met contant geld. Dat werkte altijd.

Tegenwoordig mag je voordat je naar de supermarkt gaat kiezen hoe je gaat betalen. Met contant geld, maar dat is niet handig, zegt de supermarkt. Met een pasje bij de kassa, maar als er dan een netwerkstoring is kan je niet betalen.

Je kunt ook ‘zelfscannen’. Dat is makkelijk, zegt de supermarkt. Dan scan je jezelf niet. Je scant de boodschappen met een apparaatje.

Dan moet je eerst je ‘Bonuspas’ scannen bij een apparaat. De Bonuspas kun je bewaren in je portemonnee bij je contante geld, bankpasjes, rijbewijs, sleutels, medewerkerskaart, tankpas, vakbondspas, ziektekostenpas, sportschoolpas, bibliotheekkaart, OV-chipkaarten, OV-abonnementen, parkeerkaarten en mobiele telefoon.

De bonuspas wordt af en toe vernieuwd waardoor de oude niet meer werkt. Dan moet je de oude bunuspas opnieuw registeren via het Internet. Daarvoor heb je een gebruikersnaam en een wachtwoord nodig. Zie de paragraaf ‘Bankieren’ voor meer uitleg over gebruikersnamen en wachtwoorden.

Als je de Bonuspas hebt gescand kun je een handscanner pakken. Vervolgens moet je op die handscanner aangeven dat je wilt ‘Doorgaan’. Daarna moet je je akkoord verklaren met de voorwaarden waaronder die scanner gebruikt kan worden. Als je die voorwaarden niet kent kun je klikken op ‘Toon voorwaarden’. Zodat je eerst de voorwaarden kunt lezen. Dan kun je weer klikken op ‘Doorgaan’.

Daarna moet je van ieder product dat je wilt kopen de streepjescode zoeken. Als je die hebt gevonden scan je die code. De scanner geeft dan een piepje. Als je goed luistert kun je horen of het piepje van jouw scanner komt of van een scanner van iemand die vlak bij je staat.

Als je de scanner ondersteboven terug legt in je mandje geeft de scanner een soort alarmsignaal en wordt er een product van je boodschappenlijstje afgehaald. Welk product dat is meldt de scanner niet. Dan vergelijk je gewoon alle producten in je winkelwagen met alle producten op je lijstje. Als er iets ontbreekt dan scan je dat opnieuw.

Als je klaar bent met boodschappen doen moet je de handscanner terug hangen in een apparaat. Het scherm van dat apparaat vraagt dan of je wilt ‘Doorgaan’. Daarna moet je weer akkoord verklaren met de voorwaarden waar je al eerder akkoord mee was gegaan. Vervolgens moet je je bonuspas scannen. Daarna moet je een bankpas in het apparaat stoppen waarvan je de pincode moet intypen in het apparaat. Dan vraagt het apparaat of je wilt ‘Doorgaan met betalen’. Daarna moet je kiezen of wel of niet Airmiles wilt verzilveren tijdens de betaling. Daarna moet je kiezen voor ‘Doorgaan’. Nadat je je bankpasje weer hebt opgeborgen zegt het apparaat “Vergeet uw bankpas niet!” Dan krijg je een bon. Die bon moet je bij een ander apparaat scannen om de winkel uit te kunnen.

Vrienden

Vroeger had je vrienden. Dat waren er maar een paar. Want je deelde er alles mee. En alles delen deed je maar met een paar mensen. Dan ging je bij elkaar op bezoek. Je zat tegenover elkaar en had een gesprek. Dat werkte altijd.

Vandaag heb je Facebook. Alles delen doe je met iedereen. Want dat kan. Om Facebook te gebruiken heb je een gebruikersnaam en een wachtwoord nodig. Net zoals voor Google Plus, Twitter, Youtube en LinkedIn. En voor Spotify, Soundcloud, Foursquare, Gmail en Hotmail. En voor Flickr, Photobucket en Instagram. En voor Ziggo, KPN en T-Mobile. En voor Airmiles, Kruidvat, Blokker, V&D en H&M.

Tegenwoordig bestaan er wachtwoord-verzamel-diensten. Dat zijn een soort digitale kluizen waarin je al je gebruikersnamen en wachtwoorden opslaat. Om zo’n digitale kluis te kunnen gebruiken heb je ook een gebruikersnaam en wachtwoord nodig. Als je die gebruikersnaam en dat wachtwoord kwijtraakt of vergeet kun je niet meer betalen, bellen, reizen of werken. Dat verzamelwachtwoord kun je voor de zekerheid in een andere digitale kluis opslaan. Daar heb je ook een gebruikersnaam en een wachtwoord voor nodig.

Nadat ik dit artikel heb geschreven krijg ik plotseling op iedere website waar ik beland advertenties voorgeschoteld voor mobiele telefoons, scan-apparatuur en wachtwoorddiensten. Kennelijk leert een zorgvuldige analyse van mijn artikel dat ik behoefte heb aan die producten. De vooruitgang maakt een boel zaken een stuk makkelijker.


(1780 views)