Sparen voor je pensioen


Op het moment dat ik dit schrijf ben ik 47 jaar oud. Als alles loopt zoals het moet lopen ga ik over 20 jaar met pensioen. Dat klinkt ver weg maar is dichtbij genoeg om er nu serieus over na te denken. Met mij zijn er miljoenen Nederlanders (het restant van de na-oorlogse “babyboom”) die binnen een periode van 20 jaar met pensioen zullen gaan. Maar het lijkt er op dat pensioenregelingen steeds meer versoberd worden. Tegen de tijd dat ik aan de beurt ben zou het kunnen zijn dat ik vele honderden Euro’s per maand in inkomen achteruit ga. Wat nu?

Een manier om dat op te vangen is sparen. Gewoon met een normale spaarrekening of een deposito. Zelfs in deze tijden van een historisch lage rente bestaan er nog steeds deposito’s met een gegarandeerd rendement van 4%. Nee, voor mij geen ‘pensioenverzekering’ waarvan de helft van de premie verdwijnt in de zakken van de verzekeraars. Wie op het moment van zijn pensionering beschikt over een mooie ouderwetse spaarrekening is baas over zijn eigen geld en heeft geen beleggingsrisico. Sparen biedt vooralsnog echter minder belastingvoordelen dan complexere constructies zoals een ‘lijfrente’.

Als je een mooi bedrag hebt gespaard kan je besluiten om dat potje geld langzaam op te maken om zo jezelf te voorzien van een aanvullend inkomen. Is dat reëel? En hoeveel geld moet je dan sparen? Ik ben eens gaan rekenen. Voor iedereen is de situatie natuurlijk anders, maar ik hoop dat mijn rekenvoorbeeld enige herkenning oproept.

Stel je voor dat je nog 20 jaar hebt om te sparen voor je pensioen. En stel je voor dat je vreest dat vanaf je pensionering (ik ga er van uit dat dat op je 67e jaar is) je netto inkomen met € 500 per maand achteruit gaat.

Je zou dat graag willen compenseren door een spaarrekening waar je € 500 per maand uit kunt trekken als aanvullend pensioen. Daarbij ben je een optimist; je zult de gezegende leeftijd van 87 jaar bereiken. En stel je voor dat het netto rendement op je spaargeld, na aftrek van belastingen, 2,5% per jaar is.

Hoeveel geld moet je dan vanaf je pensionering op je bankrekening hebben om dat mooie aanvullende inkomen van € 500 per maand, 20 jaar lang, mogelijk te maken?

Wel, daar is in dit voorbeeld € 95.000 voor nodig. Als je dat in 20 jaar bij elkaar moet sparen zul je vanaf nu € 307 per maand opzij moeten zetten! Dat is nogal wat…

In de figuur hieronder zie je hoe je bij een netto rendement van 2,5% in 20 jaar tijd € 95.000 bij elkaar spaart.

sparen voor pensioen

Je begint in jaar 1 met een startbedrag van nul Euro. Maar vanaf dat moment leg je € 307 per maand opzij. Daarmee heb heb je in het eerste jaar al € 3.684 bij elkaar gespaard. Daar krijg je ook nog rente over. Aangezien dat in dit geval 2,5% is van het gemiddelde bedrag dat er in het 1e jaar op je bankrekening stond, hebben wij het maar over € 46 rente. Maar die rente loopt snel op waardoor je na 20 jaar over ruim € 95.000 beschikt. Meer dan de helft van dat geld heb je verdiend door rente en zelfs rente-op-rente. Door die mooie rente-inkomsten hoef je ‘maar’ € 307 per maand te sparen om bij je pensionering een aanvullend inkomen van € 500 per maand te hebben.

In de figuur hieronder zie je hoe die € 95.000 vanaf je pensionering steeds minder wordt.

sparen voor pensioen

Linksboven in de tabel zie je het bij elkaar gespaarde bedrag van € 95.000 Euro staan. Dat ga je in 20 jaar opmaken. Het ‘verval’ is de hoeveelheid geld die je per jaar van je spaarrekening haalt. Bij € 500 per maand is dat in totaal € 6.000 per jaar.

Dat is weliswaar een flinke aanslag op je spaargeld, maar je krijgt nog wel rente over het gemiddelde spaarbedrag dat je dat jaar op je rekening had staan. Na aftrek van belasting blijft daar in dit voorbeeld 2,5% van over. Je krijgt daardoor € 2.300 terug. Je spaarsaldo is na het eerste jaar nog steeds € 91.300. Omdat je spaarpot steeds kleiner wordt krijg je ook een steeds kleiner bedrag aan rente. Daardoor wordt je vermogen ieder jaar iets sneller kleiner. Desondanks heb je op deze manier 20 jaar lang een aanvullend inkomen van € 500 per maand. Pas op, want daarna is je geld wel op!

Deze cijfers zullen er voor iedereen anders uitzien. Wanneer je bijvoorbeeld langer de tijd hebt, dan hoef je nu veel minder per maand te sparen om straks een mooi aanvullend inkomen te hebben. Want als je 40 jaar lang € 117 per maand spaart, eindig je (bij een netto rendement van 2,5%) ook met een bedrag van € 95.000.

Maar je zou kunnen redeneren dat over zo’n lange termijn de inflatie je vermogen uitholt. Daardoor moet je een hoger bedrag sparen om er een acceptabel aanvullend pensioen uit te halen.

Stel je voor dat je 40 jaar kunt sparen, maar je wilt daarna uit je spaargeld 20 jaar lang een aanvullend pensioen van € 750 per maand trekken. In zo’n geval heb je een totaal gespaard vermogen van €143.000 nodig. Dat klinkt als reusachtig veel geld, en dat is het ook. Toch hoef je, weer uitgaande van een netto rendement van 2,5%, in 40 jaar tijd ‘maar’ € 175 per maand te sparen om dat einddoel te bereiken.

Wanneer de rente ietsje hoger blijkt uit te pakken wordt het verhaal snel gunstiger. Maar daar mag je niet te makkelijk van uit gaan. Gezien de rentestand en het belastingregime van de afgelopen 10 jaar is een netto rendement van 2,5% aan de lage kant maar wel reëel.

Concluderend: indien je bang bent dat je AOW en werkgeverspensioen straks onvoldoende zullen zijn, dan moet je zelf iets doen om je inkomen op peil te houden.

Zelf sparen is dan een eenvoudige en betrouwbare methode. Weliswaar loop je op die manier wel wat belastingvoordeel mis, maar je hebt niet te maken met ingewikkelde constructies waarbij een deel van je premie misschien in de zakken van een ander belandt. Als je spaart heb je ook geen beleggingsrisico, dat geeft zekerheid. Denk tenslotte na over je ‘horizon’. In de rekenvoorbeelden in dit artikel wordt er van uit gegaan dat je de gezegende leeftijd van 87 jaar bereikt. Wanneer je spaart en langzaam je geld opmaakt, en je wordt ouder dan je vooraf had ingeschat, ben je op dat moment je aanvullende inkomen kwijt. Want je spaargeld is dan op. Maar als je er in je berekening voor de zekerheid van uit gaat dat je 100 wordt, maar je overlijdt ‘al’ op je 80e, dan leef je jaren lang veel te sober zonder dat dat nodig was. Wie nageslacht heeft geeft dan wellicht met alle plezier het restant van zijn vermogen door aan zijn kinderen. Kortom; veel hangt af van je persoonlijke situatie en toekomstige ontwikkelingen in bijvoorbeeld de rente.

Eén zaak staat voor mij vast; uw pensioen staat onder druk. Er is een reële kans dat u straks een lager pensioen heeft dan u had gehoopt. Daar zult u zelf iets aan moeten doen. En vandaag daarmee beginnen is beter dan te wachten tot volgend jaar!


(1700 views)