Saarbrücken; het stempel van de Duitse toekomst


Onlangs bezocht ik Saarbrücken, een in het Zuid-westen van Duitsland gelegen stad met circa 180.000 inwoners. Saarbrücken is daarmee de 43e stad van Duitsland en even groot als Breda. Breda is overigens de 9e stad van Nederland. Dat zegt iets over het verschil in schaal tussen Duitsland en Nederland. Saarbrücken is eigenlijk een enigszins saaie Duitse provinciestad. En daarin schuilt nu juist het feit dat Saarbrücken zo interessant is. Huh?

saarbrücken
Het centrum van Saarbrücken, gelegen aan de rivier de Saar

Saarbrücken is eigenlijk volstrekt niet noemenswaardig. Het is een stad zoals iedere andere Duitse provinciestad. Alles wat in Saarbrücken gebeurt zou ook in de rest van Duitsland kunnen gebeuren. En juist daarom zijn steden zoals Saarbrücken zo belangrijk en interessant. Zij vormen het stempel van de Duitse toekomst. Veel economische en sociale uitdagingen waar Saarbrücken de komende decennia mee te maken krijgt, zijn archetypisch voor de meeste andere Duitse steden. Vermenigvuldig dus de trends van Saarbrücken met 100 en voila, u krijgt een blik in de toekomst van de Duitse economie. Dat is natuurlijk wel heel erg simpel geredeneerd. Maar wel met een kern van waarheid.

Zo’n blik in de toekomst voorspelt gouden kansen voor Nederlandse ondernemers. Want één blik op Saarbrücken laat zien dat Duitsland de komende decennia veel geld gaat investeren in haar stadscentra. Een prachtige kans voor Nederlandse aannemers, architectenbureaus en leveranciers van bouwmaterialen…

Hoe zit dat dan?

Hoewel Saarbrücken door diverse bronnen word geroemd om zijn levendigheid, de fraaie barokke Ludwigskirche en de historische St. Johanner Markt, kampt de binnenstad van Saarbrücken met het zelfde euvel als de meeste andere grote Duitse stadscentra; grootschalige verwoesting in de Tweede Wereldoorlog gevolgd door een razendsnelle wederopbouw.

Enerzijds is de Duitse wederopbouw in de jaren ’50 en ’60 van de 20e eeuw bewonderenswaardig. Dankzij het hoge bouwtempo konden de Duitse burgers weer snel hun dagelijkse leven hervatten. Tegelijkertijd vormt die wederopbouw een stedelijke tijdbom die de komende decennia zal leiden tot de grootste ruimtelijke en economische opgave die Duitsland in een halve eeuw heeft gezien.

Inmiddels wordt in Duitsland het gebrek aan kwaliteit van de naoorlogse wederopbouw pijnlijk zichtbaar, en wel als volgt:

Eentonigheid en onaantrekkelijkheid
De gangbare bouwstijl uit de jaren ’50 en ’60 wordt in de 21e eeuw vaak als onaantrekkelijk en niet meer van deze tijd gezien. De voortdurend repeterende rechthoekige en vierkante gevels en ruimtes, het gebrek aan ornamenten en andere details in de afwerking, de beperkte keuze in vooral kleurloze bouwmaterialen en het gebrek aan variatie in bouwhoogtes en bouwvolumes scheppen een eentoning en grauw beeld.

Gebrekkige bouwmaterialen
Gewapend beton, aluminium en kunststof kozijnen, dubbel glas, spouw-isolatie; dat soort zaken lijken nu heel gewoon. Maar tijdens de naoorlogse wederopbouw waren het voor een groot deel noviteiten die nog in de kinderschoenen stonden. Daardoor hebben veel gebouwen uit de tijd van de naoorlogse wederopbouw te maken met ‘betonrot’, corroderende kozijnen, lekkende/vochtige gevels en wanden, lekkend leidingwerk, slechte isolatie tegen warmte en koude, gehorigheid, scheuren en barsten, enzovoort.

Gebrek aan flexibiliteit
Vooral de rigide maatvoering gecombineerd met de monoliete betonconstructies maken dat de vroeg naoorlogse bouw in veel gevallen weinig alternatieven in functie en indeling toestaat. De bouwmaterialen zijn ook nauwelijks demontabel waardoor zelfs het kiezen van een andere afwerking vaak ingrijpend is.

Inefficiënt ruimtegebruik
Veel Duitse stadscentra zijn na de Tweede Wereldoorlog herbouwd in een consequente bouwhoogte van 4-6 bouwlagen. Vaak honderden meters achter elkaar zonder veel open ruimte. Een halve eeuw geleden leek dat een voldoende hoge bebouwingsdichtheid op te leveren. Maar de (commerciële) druk op vierkante meters in stadscentra is de afgelopen halve eeuw stevig opgelopen. Ook is de behoefte aan variatie in stedelijke functies toegenomen. Dat vereist dat de bouw op veel punten de hoogte in gaat terwijl op andere plekken juist open ruimte wenselijk is. Ook hier is een stevige mismatch met de bestaande situatie in veel Duitse binnensteden.

Volksgezondheid
Veel vroeg-naoorlogse gebouwen bevatten nog asbest. Langzaam aan beginnen de bouwmaterialen waarin dit asbest is verwerkt slijtage te vertonen. Enerzijds door herhaaldelijke verbouwingen, anderzijds door het natuurlijke verval (barsten, afbrokkelen, verpoederen) dat door wisselingen in temperatuur, vochtigheid en druk in een halve eeuw nu eenmaal optreedt in veel bouwmaterialen. Het asbest in de vroeg-naoorlogse bouw van de Duitse binnensteden is een grootschalige tijdbom die onvermijdelijk doortikt en de komende 20 jaar ingrijpende maatregelen vereist. Ook de problemen met koude en vocht leveren in de vroeg-naoorlogse bouw problemen op op het vlak van de volksgezondheid.

De voorgaande kwesties afwegende ligt het voor de hand dat de komende 20 jaar de complete binnensteden van tientallen Duitse steden gesloopt en volledig nieuw ontwikkeld moeten worden.

In dit artikel wordt Saarbrücken als voorbeeld aangehaald om deze problemen te bespreken. Maar dezelfde problemen doen zich op grote schaal voor in tientallen andere Duitse steden. De komende 20 jaar zullen tientallen complete Duitse binnensteden hun technische, sociale en economische levensduur overschrijden. In die binnensteden zullen honderden, zo niet duizenden gebouwen moeten worden gesloopt en vervangen. Dit wordt mogelijk de grootste Duitse bouw-opgave sinds de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog.

Dit probleem geldt in verhoogde mate voor de dicht bij de Nederlandse grens gelegen steden in en rond het Ruhrgebied, zoals Keulen, Düsseldorf, Dortmund, Duisburg, Wuppertal en Mönchengladbach. Juist die steden zijn in de Tweede Wereldoorlog, vanwege hun industriele karakter, extra zwaar getroffen. Hierdoor is de komende 20 jaar de vraag naar nieuwbouw juist in die steden extra groot.

Hoe groot zullen de investeringen in die steden zijn?
Dat is erg moeilijk te becijferen.

Slechts enkele grote Europese steden hebben recentelijk grote delen van hun stadscentra volledig vernieuwd. Birmingham in Engeland is een actueel voorbeeld. Het zogenoemde Big City Plan omvat een totale vernieuwbouw van o.a. het Bullring Centre (grootschalig winkelcentrum), een ingrijpende vernieuwing van Birmingham New Street Station en een grootschalige uitbreiding van het aantal woningen en kantoren. De totale investeringen in het Big City Plan zullen uiteindelijk circa 10 miljard Engelse Ponden bedragen.

Een ander voorbeeld van een stadscentrum dat voor een belangrijk deel wordt vernieuwd is Euroméditerranée in Marseille. In dit project zal uiteindelijk circa 7 miljard Euro worden geïnvesteerd.

De totale vernieuwing van het Haagse stadscentrum, zoals de afgelopen decennia uitgevoerd onder de noemer ‘Den Haag Nieuw Centrum’ zal in totaal zo’n 5 miljard Euro kosten.

Dit zijn aansprekende voorbeelden van stedelijke vernieuwing die allemaal in hun thuisland spraakmakend waren/zijn.
De meeste Europese landen kennen maar enkele steden waar de oorlogsschade zo groot is geweest dat vrijwel het volledige centrum herbouwd moest worden. In Duitsland geldt dat echter voor vele tientallen steden. Als ik het bedrag zou moeten schatten dat in Duitsland nodig is voor het vernieuwen van alle verouderde binnensteden, dan kom ik op honderden miljarden Euro’s uit. Ik hoop dat Nederlandse ondernemers er op grote schaal in slagen om hier in de toekomst opdrachten in te verwerven!


(1820 views)