Praatjesmakers


Toen Richard Nixon het in de strijd om het Amerikaanse presidentschap in 1960 opnam tegen John F. Kennedy, blaakte hij van zelfvertrouwen. Kennedy was veel minder ervaren in de landelijke politiek. Nixon was immers al vice-president geweest onder de legendarische Eisenhower. Bovendien werd hij na debatten en speeches steevast als kansrijker dan Kennedy betiteld. Tenminste, in radiodebatten en radiospeeches.

Dus toen Nixon op 26 september 1960 deelnam aan het eerste presidentiële televisiedebat uit de geschiedenis, maakte hij zich nergens zorgen over. Hij zou zijn opponent moeiteloos in de schaduw stellen met zijn indrukwekkende kennis op het gebied van nationale en internationale politiek.

Het Amerikaanse publiek (70 miljoen kijkers) dacht daar heel anders over. Nixon zag er nerveus, bleek en zweterig uit en had een stoppelbaardje. Af en toe verscheen een verlegen grimas op zijn gezicht en dwaalden zijn ogen af. Kennedy daarentegen was zongebruind en zat ontspannen in zijn stoel. De zichtbaar jongere en knappere Kennedy had de uitstraling van een filmster en richtte zijn ogen voortdurend op de camera, en dus het publiek. De rest is bekend. Kennedy werd in 1961 gekozen tot 37e president van de Verenigde Staten. En presidentiële debatten zijn door deze gebeurtenissen voorgoed en ingrijpend veranderd.

Wanneer je moet spreken in het openbaar, en je zou de Kennedy-Nixon debatten als leerschool willen gebruiken, dan is de conclusie duidelijk: de vorm is minstens zo belangrijk als de inhoud.

De huidige Amerikaanse president George W. Bush is uiteraard geen begenadigd spreker. Hij struikelt vaak over zijn woorden, maakt onbedoeld komische versprekingen, gebruikt woorden die niet bestaan en laat regelmatig langdurige stiltes vallen als hij echt niet weet wat hij moet zeggen. Steeds wanneer hij tot de kern van zijn verhaal lijkt te komen, verschijnt er een scheef lachje op zijn gelaat dat allerlei vragen oproept.

Het is zelfs zo erg dat er een woord is bedacht voor dit soort presidentieel gestoethaspel, (‘Bushism’). Er zijn hilarische boeken, websites en films over gemaakt. Een president die beweert ‘they misunderestimated me’ verdient in mijn ogen overigens niet beter.

Hoe dan ook, al dat gepruts leidt ontzettend af van de inhoud van zijn boodschap. De les die wij kunnen leren van de redevoeringen van George W. Bush is dat zelfs de ultieme gezagspositie (president van het machtigste land ter wereld) meer dan onvoldoende houvast biedt om door een publiek serieus genomen te worden.

Nee, dan zijn voorganger Bill Clinton. Die had in een cruciaal debat met George Bush senior (de vader van de huidige Amerikaanse president) in 1992 slechts enkele minuten nodig om de gunst van de kiezer definitief naar zijn hand te zetten. Zie het legendarische moment en leer spreken van iemand die het echt kan. De les die we van de doceerstijl van Bill Clinton kunnen leren is dat het zeer de moeite loont om je te identificeren met de problemen en interesses van je publiek. Laat zien dat je gewoon een mens bent dat niet de pretentie heeft om boven zijn of haar gehoor te staan. Toon oprechte belangstelling en je hebt een gespreid bedje voor het overbrengen van je boodschap.

Ook wijlen president Reagan was een getalenteerd spreker. Natuurlijk helpt het als je beschikt over goede tekstschrijvers. Bij Reagan was dat het geval. Daar waar Clinton een meester is in het improviseren van briljante betogen, was Reagan een man met een perfecte timing voor one-liners die daarna in marmer konden worden gegrift. Zie hier zijn fameuze “Mr. Gorbachev, tear down this wall!’

We zouden Ronald Reagan overigens tekort doen als wij zijn succes als spreker alleen verklaren vanuit zijn goede voorbereiding en klassieke (door zijn tekstschrijvers geproduceerde) one-liners. Hoewel dit wel het sterkste punt was van Reagans’ debatten en speeches. Reagan was ook bijzonder goed in het wegnemen van spanningen met onverwachte grapjes. De spreekles die we van Ronald Reagan kunnen leren is dat een goede voorbereiding het halve werk is, en dat een goed getimed grapje de weg kan plaveien voor de feitelijke boodschap.

Iets dichter bij huis is de voormalige Britse premier Tony Blair uiteraard een toonbeeld van een zeer getalenteerd spreker. Zijn persverklaring direct na de dood van Diana Prince of Wales in 1997 is een klassiek voorbeeld van een meesterlijke speech. Met de eerste woorden van de speech werd de toon gezet voor een langdurig premierschap waarbij Blair door velen werd gezien als een man die één was met het volk: ‘I feel like, everyone else in this country today’. Zie hier het nog steeds beklemmende fragment.

In ons eigen Nederland is het toch wat moeilijker om in de recente geschiedenis voorbeelden te vinden van top-politici die ook top-sprekers zijn of waren. Slechts in enkele gevallen konden vorm en inhoud versmelten tot een dusdanige wijze van doceren dat op een zeer effectieve wijze de boodschap werd doorgegeven.

Het ligt voor de hand om te zoeken naar spraakmakende speeches en debatten uit de korte politieke loopbaan van wijlen Pim Fortuyn. Maar dat is niet zo makkelijk. Hoewel Fortuyn een buitengewoon mediagenieke persoon was, durf ik te beweren dat zijn succes niet het gevolg was van de briljante wijze waarop hij zijn boodschappen te berde bracht. Integendeel. Buiten het bekende ‘At your service’ zijn er anno 2008 waarschijnlijk weinig memorabele boodschappen van Fortuyn te bedenken.

Het lijkt er met terugwerkende kracht vooral op dat het succes van Fortuyn mede te danken was aan de spastische manier waarop de zittende politici omgingen met iemand die zich volstrekt niet hield aan de conventies van het toenmalige politieke debat. Fortuyn had een hekel aan het truttige en saaie geneuzel van zijn opponenten en was al helemaal niet van plan zich te houden aan alle geschreven en ongeschreven regels van het politieke poldermodel. Zo liep hij gerust weg uit een uitzending als hij boos werd. Dat ging natuurlijk gepaard met enige vorm van gezichtsverlies maar de volgende dag stond Fortuyn wel in alle kranten.

Tja, wanneer we spreken over de huidige Nederlandse politici die wel in staat zijn om een boodschap helder en effectief weer te geven komen we uiteraard bij de onvermijdelijke Geert Wilders terecht. Je hoeft het echt niet met de man eens te zijn om te constateren dat hij in de meeste debatten, in ieder geval in technische zin de vloer aanveegt met de meeste lieden die zich al weer jaren minister of zelfs premier mogen noemen.

De relatieve kleurloosheid en richtingloosheid die zo kenmerkend is voor de Nederlandse politiek wordt door Wilders gretig en zeer succesvol benut. Iedereen kent de boodschap van Geert Wilders. Maar zou u een paar interessante uitspraken van bijvoorbeeld de kamerleden Jasper van Dijk, Corien Jonker of Agnes Wolbert kunnen noemen? Ik niet. Totdat ik dit artikel schreef had ik zelfs nog nooit van ze gehoord. En van dat fenomeen zal Wilders niet zo snel last hebben.

Het succes van Wilders komt natuurlijk niet alleen voort uit zijn talent om te spreken. Zijn handige keuze voor een nogal eenzijdige thematiek maakt dat hij ongestraft het debat over allerlei andere zaken kan ontlopen. Dat de meeste kamerleden hem blijven aanvallen op zijn eigen terrein (vreemdelingen, immigratie, islam) heeft tot resultaat dat Wilders iedere dag weer een thuiswedstrijd kan spelen. Het zal spannend worden als een wakkere parlementariër Wilders een keer weet te verleiden tot een debat over onderwijs of zorg. Pas dan weten we hoe veelzijdig Wilders als spreker werkelijk is.


(1172 views)

Leave a comment

Your email address will not be published.


*